Basismoves en streetdance techniek

Vergelijking: welke basismove leer je het snelst als kind?

Lieke van Dijk Lieke van Dijk
· · 7 min leestijd
Vergelijking: Welke Basismove Leer Je Het Snelst als Kind?

Ken je dat? Je ziet een peuter die net kan lopen al proberen te rennen alsof hij de olympische spelen moet winnen.

Inhoudsopgave
  1. Het Brein en Beweging: Waarom Snelheid Ligt in de Eenvoud
  2. De Top 5 Basismoves: Een Race naar de Finish
  3. De Winnaar: Welke Move Leer Je Het Snelst?
  4. Bewegend Leren: Hoe Je Deze Moves Inzet in het Dagelijks Leven
  5. Passend Onderwijs en Motorische Uitdagingen
  6. Conclusie: Snelheid Zit in de Basis

Of een kleuter die eindeloos staat te springen op de bank. Beweging zit er bij kinderen vaak al vroeg in.

Maar als we even objectief kijken: welke basismove leer je nu echt het aller-snelst? Is het lopen, rennen, springen of misschien wel iets anders? In dit artikel duiken we in de wereld van de motorische ontwikkeling. We kijken naar wat het brein van een kind het makkelijkst oppakt en welke beweging het snelst onder de knie is. Geen saaie theorie, maar een scherpe blik op de praktijk.

Het Brein en Beweging: Waarom Snelheid Ligt in de Eenvoud

Voordat we de vergelijking maken, is het goed om te weten hoe het brein van een kind werkt. Beweging is namelijk brandstof voor de hersenen.

Het zorgt voor zuurstof en activeert delen van de hersenen die nodig zijn voor leren en concentratie.

Maar hoe sneller een beweging wordt aangeleerd, hoe meer het brein kan focussen op andere dingen. De snelheid waarmee een kind een move leert, hangt af van een paar simpele factoren: leeftijd, spierkracht en coördinatie. De meest basale bewegingen zijn vaak de snelste.

Denk aan het simpelweg bewegen van armen en benen zonder dat er veel evenwicht bij komt kijken. Zodra evenwicht en coördinatie komen kijken, duurt het leren vaak iets langer. Maar welke move wint de race?

De Top 5 Basismoves: Een Race naar de Finish

Om een eerlijke vergelijking te maken, kijken we naar de meest voorkomende motorische vaardigheden bij peuters en kleuters. We zetten ze op een rijtje en bepalen welke het snelst eigen is gemaakt. Als er één beweging is die kinderen snel onder de knie krijgen, is het lopen wel.

Natuurlijk begint het met kruipen en staan, maar zodra de eerste stapjes zijn gezet, gaat het hard.

1. Lopen: De Onbetwiste Koning

De meeste kinderen lopen zelfstandig tussen de 12 en 18 maanden. Omdat lopen een natuurlijke reflex is die zich ontwikkelt, is dit vaak de eerste ‘grote’ skill die wordt geautomatiseerd.

Het is de basis voor bijna alles. Rennen is eigenlijk gewoon lopen, maar dan sneller. Toch vraagt het net even iets meer van het lichaam.

2. Rennen: De Snelle Vervanger

Een kind moet sneller schakelen en heeft meer controle over het evenwicht nodig.

Meestal leren kinderen rennen rond hun derde of vierde levensjaar. Het is een logisch gevolg van lopen, dus de leercurve is steil. Ze gaan vanzelf harder rennen zodra ze de basis stabiel hebben. Springen is een stuk complexer.

3. Springen: De Coördinatie-Uitdaging

Het vereist kracht in de benen, maar ook een goede timing. Een kind moet afzetten, in de lucht zijn en dan weer landen zonder om te vallen.

De meeste kinderen leren springen met twee voeten tegelijk rond hun derde jaar.

4. Hoppen: De Kleine Sprong

Een been-over-sprong (hinkelen) duurt vaak langer, meestal tot een jaar of vijf. Springen is dus sneller onder de knie dan hinkelen, maar langzamer dan lopen. Hoppen op één been is een uitdaging.

Dit vereist veel stabiliteit en spierkracht. Kinderen die net kunnen springen, zullen vaak nog wankelen als ze op één been moeten staan. Over het algemeen leren kinderen hoppen rond hun vierde jaar.

5. Zwemmen: De Complexe Starter

Het is een fijnmazige beweging die net wat meer concentratie vraagt dan het grove springen.

Zwemmen is een heel andere categorie. Dit is een aangeleerde vaardigheid die niet van nature in ons DNA zit zoals lopen.

Het vereist specifieke techniek, ademhaling en watervertrouwen. Hoewel kinderen vaak al vroeg wennen aan water, duurt het leren van de echte zwemslagen meestal tot hun vierde of vijfde jaar. Het is duidelijk de meest complexe move in deze lijst.

De Winnaar: Welke Move Leer Je Het Snelst?

Als we puur kijken naar de snelheid waarmee een kind een beweging automatiseert, is lopen de absolute winnaar.

Het is de eerste mobiele vaardigheid en de basis voor bijna alles. Binnen een jaar na de geboorte hebben de meeste kinderen deze skill redelijk onder de knie. Op de voet gevolgd door rennen. Omdat rennen voortbouwt op lopen, is de leercurve hier ook nog steeds heel snel.

Kinderen gaan vaak al snel nadat ze lopen, rennen. Het is een logische progressie.

Springen en hoppen duren langer omdat ze meer coördinatie vragen. Zwemmen is op lange termijn het meest complex.

Bewegend Leren: Hoe Je Deze Moves Inzet in het Dagelijks Leven

Nu we weten welke moves snelst gaan, is de vraag: hoe gebruiken we dit? In het onderwijs en thuis is bewegend leren een hot topic.

Energizers en Korte Breaks

Het idee is simpel: beweging helpt het leren. Een bekend fenomeen zijn de ‘Energizers’. Dit zijn korte bewegingsmomenten van 10 tot 30 minuten tijdens de les.

Denk aan ‘Ren je rot’ waarbij kinderen naar een hoepel rennen om een klank te pakken, of ‘Hinkelsspel’ waarbij ze een getallenlijn volgen.

Deze activiteiten zorgen ervoor dat het lichaam in beweging komt en de hersenen weer fris worden. Het is een effectieve manier om de aandacht erbij te houden, vooral voor kinderen die moeite hebben met stilzitten. Populaire programma’s zoals Smartbreaks bieden digitale beweegactiviteiten aan.

Deze zijn kort en krachtig. Ze helpen kinderen zich te focussen zonder de les te onderbreken.

Bewegend Leren in de Praktijk

Ook The Daily Mile is een bekend initiatief waarbij kinderen dagelijks een kilometer lopen of rennen.

Dit zorgt voor een betere conditie en meer focus. Bewegend leren gaat verder dan alleen even bewegen. Het integreert beweging in de leerstof. Een voorbeeld is Fit en Vaardig, een digitaal programma waarbij kinderen via avatars bewegen om reken- en taaldoelen te bereiken.

In Meppel is er het project ‘Doe-Vrijdag’ waarbij groep 3 buiten leert. Rekenen en spelling worden gekoppeld aan beweging op het schoolplein.

Waarom werkt dit zo goed? Omdat beweging zorgt voor een betere doorbloeding van de hersenen en nieuwe sensorische ervaringen biedt. Kinderen die bewegen, onthouden informatie vaak beter.

Passend Onderwijs en Motorische Uitdagingen

Speciale aandacht verdienen kinderen met leer- of ontwikkelingsachterstanden, zoals in het Speciaal Basis Onderwijs (SBO) of Speciaal Onderwijs (SO). In Nederland is Passend Onderwijs de norm.

Hierbij wordt de leerstof afgestemd op de individuele behoefte. Voor kinderen met een achterstand is bewegend leren vaak extra waardevol.

Deze kinderen hebben soms meer moeite met motorische vaardigheden. De verwachtingen voor rekenen zijn bij SBO/SO vaak lager (niveau 1 of 2F), maar de praktische vaardigheden staan centraal. Een uitdaging is dat deze kinderen vaak minder blootstelling hebben aan complexe bewegingen in de bovenbouw.

Door bewegend leren aan te bieden, bijvoorbeeld via programma’s als Fit en Vaardig of Smartbreaks, kunnen ze op een laagdrempelige manier oefenen. Het is belangrijk om niet te veel te herhalen, maar juist nieuwe ervaringen te bieden die passen bij hun leerstijl. Visuele en praktische methoden werken hier vaak beter dan alleen theorie.

Conclusie: Snelheid Zit in de Basis

Als we kijken naar welke basismove een kind het snelst leert, is het antwoord duidelijk: lopen.

Het is de fundering waarop alle andere bewegingen zijn gebouwd. Rennen volgt snel daarna. Complexe bewegingen zoals zwemmen en het balanceren bij hoppen duren langer. Maar het gaat niet alleen om de snelheid.

Het gaat om de kwaliteit van de beweging en hoe we deze inzetten voor de ontwikkeling van het kind. Of het nu gaat om het automatiseren van lopen of het aanleren van zwemmen, beweging blijft cruciaal.

Door slim gebruik te maken van energizers en bewegend leren, zoals de programma’s van Smartbreaks of The Daily Mile, helpen we kinderen niet alleen fysiek, maar ook mentaal vooruit.

Uiteindelijk is elke beweging een stap in de goede richting. Of het nu een snelle sprint is of een langzame zwemslag, het doel is hetzelfde: een kind dat zich vrij en capabel voelt in zijn eigen lichaam.


Lieke van Dijk
Lieke van Dijk
Gecertificeerd streetdance instructeur en choreograaf

Lieke deelt haar passie en expertise met beginnende streetdancers in Nederland.

Meer over Basismoves en streetdance techniek

Bekijk alle 80 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is een streetdance basismove en waarom moet je die eerst leren?
Lees verder →